Blaren voorkomen tijdens het wandelen in 10 stappen

Wandelen is de laatste jaren erg populair geworden. Zowel jong als oud doet het. Soms in de natuur of soms in de stad. Een kort wandelingetje om snel een frisse neus te halen of een heuse dagtocht van tientallen kilometers.
Bij de langere tochten loopt het vaak mis. Veel wandelaars krijgen last van blaren. Erg vervelend en pijnlijk, zeker als je nog veel kilometers voor de boeg hebt.
Toen ik zelf begon met langere tochten, had ik ook steeds last van blaren. Vaak begon het al na een twintig- à dertigtal kilometers. Maar nu doe ik vaak wandeltochten van 60 kilometer zonder blaren onder mijn voeten.
Ik merkte dat het belangrijk is om je voeten goed te verzorgen voordat je aan je tocht begint. Gaandeweg heb ik een vast ritueel ontwikkeld voor het aantrekken van mijn sokken en schoenen waaraan ik me steeds houd. Dit ritueel bestaat uit tien stappen en heeft me geholpen om blaarvrij te kunnen wandelen.

Voordat ik aan de tien stappen begin wil ik nog even zeggen dat goed schoeisel en sokken noodzakelijk zijn. Hiervoor kan je terecht in gespecialiseerde winkels.
Er bestaan verschillende types wandelschoenen. Deze zijn internationaal gelabeld van A tot C. Dit gaat van een lichte wandelschoen tot een stevige bergschoen. Voor langere tochten kies je best voor een schoen met een stevige zool. Ga je eenmalig een tocht doen en heb je geen wandelschoenen ter beschikking, kies dan liever voor een stevige werkschoen dan voor een lichte sneaker met flexibele zool. Belangrijk is wel dat je voet goed vast zit in de schoen. Je tenen mogen wel bewegingsruimte hebben.
Ook voor je sokken kies je beter voor kwaliteit. Ikzelf heb wandelsokken van het merk Falke, gemaakt van half katoen en half wol. Deze zijn van een stevige kwaliteit, zodat je niet snel met je tenen erdoor zit. Ze zijn ademend en hebben geen naad aan de tenen. Bij wandelsokken is het belangrijk dat je de juiste maat hebt. Ze mogen niet te groot zijn maar moeten goed strak rond de voet aansluiten. Heb je bijvoorbeeld schoenmaat 41 en zijn er enkel sokken in de maten 40 of 42, dan raad ik aan om voor de kleinere maat te gaan.

Klaar voor de wandeltocht? Hier de tien stappen

1: Kies goede nauwaansluitende wandelsokken

Voordat je aan je tocht begint, controleer je best of de sokken nog goed strak zitten en nog van goede kwaliteit zijn. Oudere sokken verliezen hun elasticiteit wat resulteerd in kreukels in de sok en wat gegarandeerd zorgt voor blaren.
Sok van het merk Falke

2: Doe uw schoenen voldoende ver los

Doe uw schoenen voldoende ver los en zet ze een beetje open door aan de tong te trekken.
Klinkt logisch natuurlijk, maar op deze manier zorg je ervoor dat je je voet in de schoen kunt steken zonder dat de sok gaat kreukelen.

3: Smeer de onderzijde van uw voet in met een dikke laag kamelenvet, vooral op de blaargevoelige plaatsen

Met kamelenvet bedoel ik natuurlijk de zalf van het merk Gercuria. Deze beschermt de huid tegen wrijving en schuren.
schaaltje van het merk Gercuria
In plaats van kamelenvet kan je ook vaseline gebruiken. Kamelenvet is echter handiger voor onderweg omdat het in een handig plat schaaltje zit.
De meest blaargevoelige plekjes op de voet zijn:
• Tussen de tenen
• Aan de buitenkant van je grote teen
• De zone achter je tenen
• De voetholte

4: Trek de wandelsok strak rond je voet

Trek de wandelsok strak rond je voet. Veel wandelsokken hebben extra hiel- en teenbescherming waardoor de linker en rechter sok niet hetzelfde is. Let dus op dat je de linker en rechter sok niet verwissselt. Er mogen zeker geen kreukels aan de tenen zitten.

5: Steek uw voet in de schoen, trek de sok nogmaals strak en doe de veters goed vast

Steek uw voet in de schoen. Neem nu de sok langs beide kanten vast, net boven de enkel en trek de sok nogmaals strak.
Zorg ervoor dat de tong van je schoen goed recht zit.
Trek nu je veters vast, bij de onderste kruising te beginnen en zo naar boven.

6: Knoop de veters vast

Knoop de veters vast zodanig dat ze goed strak zitten maar niet knellen aan de wreef, want anders krijg je een voze teen.
Let op dat de knoop niet lost bij het strikken.

7: Stop een paar reservesokken in je rugzak tesamen met het blik kamelenvet

Zorg ervoor dat je onderweg altijd je sokken kunt wisselen of van het kamelenvet kunt bijsmeren.

8: Ververs regelmatig je sokken

Zodra je een nijpend gevoel voelt aan de voet, je sokken vochtig raken van het zweet of de regen of je sok verkreukeld zit, ververs je je sokken en breng je een verse laag kamelenvet aan aan je voet.
Persoonlijk ververs ik mijn sokken om de 15 à 20 kilometer. Dit is natuurlijk voor ieder persoon verschillend, naargelang de mate waarin je zweet.

9: Doe je veters bij de haltes even los en weer vast

Doe eventueel je veters bij de haltes even los en trek ze weer strak, zodanig dat je schoenen niet gaan knellen en goed strak om je voet blijven zitten.
Ik doe dit gewoonlijk om de 15 à 20 kilometer. Bij het wandelen zullen je voeten opzwellen waardoor je schoen te strak kan komen te zitten. Door de veters even los te doen en weer strak te doen, voorkom je dat je slapende tenen krijgt.

10: Bouw de trainingen stelselmatig op

Des te meer je wandeld, des te meer eeltvorming je krijgt aan je voetzool waardoor je minder snel blaren zult ontwikkelen.
Ben je van plan een grote wandeltocht te ondernemen, begin dan met korte trainingen en bouw zo de afstands steeds op. Zo zul je minder snel blaren krijgen en blijft het wandelen plezierig.
Wandelaars
En nu wandelen maar!

Nog enkele tips

Blaarpleisters zijn er in alle soorten en formaten. Deze zijn handig om na de tocht op de blaren aan te brengen om de pijn te verlichten als je rondstapt.
Uit ervaring weet ik dat deze niet echt geschikt zijn om tijdens de wandeltocht aan te brengen en de tocht verder te zetten. Dit kan ertoe leiden dat de druk aan de randen van de pleister zal toenemen waardoor de blaar enkel groter zal worden.
Het is beter dat je de blaar dan ontsmet met een doekje en ontsmettingsalcohol en de blaar doorprikt met een ontsmette naald.

Boven een bepaalde snelheid vergroot de kans op blaren sterk. Het is dus de kunst om onder deze snelheid te blijven. De preciese snelheid waarop de kans tot blaarvorming vergroot, is verschillend voor elke wandelaar. Je zal dus door ervaring moeten leren welke snelheid dit bij jou is. Een lang recht stuk verharde weg nodigt uit om sneller te gaan wandelen. let er dan op dat je niet te snel gaat.